11-01-2022

Na een anonieme melding eind 2018 heeft De Watergroep een onderzoek gevoerd naar feiten die potentieel tuchtrechtelijk en strafrechtelijk kunnen worden vervolgd en werden aansluitend tuchtstraffen uitgesproken voor de medewerkers waarvan de betrokkenheid kon worden bewezen. Het ging daarbij onder andere om het onterecht aanrekenen van grondverzet. 

De Watergroep heeft op basis van het onderzoek in maart 2019 ook een klacht ingediend bij het parket en heeft zich nadien burgerlijke partij gesteld bij de onderzoeksrechter. Er is onderzoek gevoerd onder leiding van een onderzoeksrechter, die zijn onderzoek ondertussen beëindigde. 5 (ex-)medewerkers van De Watergroep werden in verdenking gesteld. De procureur vordert nu hun doorverwijzing naar de correctionele rechtbank. 

De zaak wordt op 21 januari 2022 voor de Raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg Limburg (afdeling Hasselt) gebracht voor afsluiting van het onderzoek en doorverwijzing van de zaak naar de correctionele rechtbank.  

De Watergroep neemt alvast de nodige preventieve maatregelen om het proces in alle onafhankelijkheid te laten verlopen en tegelijkertijd de continuïteit en sereniteit op de werkvloer te garanderen. Zo werd in onderling overleg beslist dat de directeur Distributie en Toevoer een andere functie opneemt waarbij hij geen medewerkers aanstuurt en geen contacten heeft met externe partners. De preventieve maatregelen impliceren geen oordeel over de schuld of onschuld van de betrokkene. De raad van bestuur behoudt zich het recht voor om een eventuele tuchtprocedure op te starten na afloop van de strafrechtelijke procedure.  

Wij benadrukken tot slot dat wij binnen De Watergroep bijzonder veel belang hechten aan het feit dat iedereen, wat zijn of haar plaats ook is binnen onze organisatie, handelt volgens onze deontologische code en bedrijfswaarden. We voeren een actief beleid om wanpraktijken en overtredingen te voorkomen én te bestrijden, zoals ook is gebeurd in dit dossier.