Wintertips

Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat er geen koude lucht in de meterput kan. Dit kan eenvoudig door een plastic folie over het deksel te leggen.

Om het risico op vorstschade nog verder te verkleinen, kan u een isolerende luchtlaag aanbrengen. Plaats 30 cm onder het deksel een tweede isolerende afdekplaat, bijvoorbeeld  uit polystyreen of uit hout waartegen polystyreen is bevestigd. Hoe beter deze plaat sluit, hoe meer de koude lucht buitengesloten blijft.

Als de meterput niet te ver van de woning ligt, kan u opteren voor een elektrisch verwarmingslint. Doe dit niet als de put regelmatig onder water staat. Raadpleeg steeds een vakman.

Rotswol, sjaals of dekens bieden geen bescherming. Als zij vochtig worden, bevriezen zij ook. Water bevriest bij 0°C.

Water bevriest bij 0° Celcius. Een gewone isolatie kan de bevriezing wel enkele dagen vertragen, maar is onvoldoende bij hevige of langdurige vorst. In dat geval volgt u best volgende aanbevelingen op.

  • Tocht vermijden. Zorg ervoor dat de temperatuur in alle lokalen met waterleidingbuizen steeds boven het vriespunt blijft en probeer zeker (ijskoude) tocht te vermijden.
  • Laat ongebruikte leidingen leeg. Geef de nodige aandacht aan buitenkraantjes en leidingen in of tegen koude buitenmuren, vooral als die zijn blootgesteld aan koude wind. Laat leidingen die u (even) niet gebruikt, zeker in de tuin, leeglopen.
  • Pak leidingen in. Is het niet mogelijk een vorstgevoelig lokaal te verwarmen? Plaats dan een elektrisch verwarmingslint parallel met de leiding en de watermeter. Let wel op voor kunststofbuizen en voor het binnenwerk van de watermeter: deze kunnen smelten door de warmte. Wikkel dus nooit een verwarmingslint rond de leiding, maar leg het verwarmingslint parallel. Knutsel niet zelf iets in elkaar, maar doe een beroep op een vakman.
  • Is de woning in de winter onbewoond? Speel dan op veilig en sluit het water af in 3 stappen:
    • Draai de hoofdkraan dicht
    • Laat het water in uw binneninstallatie volledig weglopen door alle kranen open te draaien
    • Sluit nadat de binneninstallatie volledig leeg is terug alle kranen. 
  • Vooraf controleren. Om goed voorbereid te zijn, controleert u best voor de winter of de hoofdkraan goed sluit en de leegloopkraantjes in de buurt van de hoofdkraan goed werken. Zo komt u in de koude wintermaanden niet voor verrassingen te staan.
  • Indien er nergens in de woning stromend water is, controleer dan eerst even bij de buren. Als zij nog wel water hebben, is de kans groot dat uw leiding ergens bevroren is. 
  • Controleer al uw leidingen, vooral diegenen die zich op onverwarmde plaatsen bevinden. Kijk eerst na of de bevroren leiding geen scheuren of barsten vertoont. Het water begint immers na ontdooiing meteen weer te lopen. Als de leiding al gebarsten is, wacht dan met ontdooien tot een sanitair installateur ter plaatse is om de herstelling uit te voeren.
  • Sluit eerst de hoofdkraan af en ontdooi het gedeelte binnenshuis met een haardroger, en begin ter hoogte van de hoofdkraan. Beweeg de haardroger voortdurend heen en weer. Let op met openstaande kranen. Gebruik nooit een brander, en let op voor smeltgevaar bij kunstofleidingen. Als de watermeter of de aftakking buiten de woning bevroren is, moet u contact opnemen met De Watergroep.
  • Ook als de binneninstallatie geheel of gedeeltelijk bevroren is, kan een haardroger goede diensten bewijzen. Vertrek aan het tappunt en zak zo af naar de hoofdkraan. Draai eerst de hoofdkraan dicht.
  • Als de leidingen ontdooid zijn, kan u de hoofdkraan een beetje opendraaien. Het is immers mogelijk dat er buizen gesprongen zijn, en dan zit u met waterschade als u de hoofdkraan meteen volledig opendraait. Controleer dus eerst of er geen lekken zijn. Indien er een lek is, sluit dan onmiddellijk de hoofdkraan af.
  • Als u er niet in slaagt om de leiding te ondooien, zit er niets anders op dan te wachten tot het warmer wordt, en de leidingen vanzelf ontdooien. In dat geval houdt u de hoofdkraan best dicht als u niet thuis bent of gaat slapen. Zo vermijdt u dat eventuele lekken bij plotse dooi voor waterschade zorgen.
  • Wees alert voor lekken bij dooi! Wanneer uw waterleidingen bevroren zijn, kunnen er scheurtjes of barsten ontstaan in uw leidingen. Wanneer de bevroren leidingen dan ontdooien, kunnen er lekken ontstaan. Die kunnen zowel zichtbaar als verborgen zijn. 

Na een vorst- en dooiperiode bestaat de kans op (verborgen) lekken in de waterleiding. Het is daarom erg belangrijk na een vorstperiode uw installatie grondig na te kijken.

Water heeft de eigenschap om uit te zetten wanneer het bevriest, waardoor leidingen, toestellen en/of watermeters kunnen barsten. Ook tijdens het dooien komen waterlekken voor wanneer het water niet gelijkmatig ontdooit, met waterschade tot gevolg.

Wij raden aan een extra controle uit te voeren in kelders, leegstaande panden of vakantiewoningen,... Ook kwetsbaar zijn de leidingen onder de grond naar tuinhuizen of zwembaden.

Enkele tips om het ergste te voorkomen

  • Kijk je leidingen grondig na. Neem onmiddellijk actie wanneer je een waterlek ontdekt. Zo kan je heel wat schade voorkomen. Lekt je watermeter of de leiding vóór de watermeter, neem dan zo snel mogelijk contact op met De Watergroep. Situeert het lek zich op je eigen installatie (= de leidingen 'na' de watermeter), dan kan je terecht bij een loodgieter.
  • Alle lekken zijn niet altijd (onmiddellijk) zichtbaar. Controleer dus regelmatig de stand van je watermeter. Stel je plots een hoog verbruik vast, ga dan op zoek naar de oorzaak. Een andere mogelijkheid is om 's avonds -voor het slapengaan- de stand van je watermeter te noteren en tijdens de nacht geen water te gebruiken. Controleer 's morgens opnieuw de stand. Is er een verschil, dan zit je misschien wel met een lek.